Nr. 36 (Aanhangigmaking van de adviesaanvraag bij de Afdeling advisering van de Raad van State)

De aanhangigmaking van een wetsvoorstel bij de Afdeling advisering van de Raad van State geschiedt ingevolge artikel 22 van de Wet op de Raad van State hetzij door de Koning, op voordracht van de betrokken bewindspersoon, hetzij door de bewindspersoon zelf, met machtiging van de Koning. In de praktijk geschiedt de aanhangigmaking altijd door de Koning, op voordracht van de betrokken bewindspersoon. De voordracht wordt slechts door één bewindspersoon ondertekend, in overeenstemming met eventuele andere medebetrokken bewindspersonen, tenzij er zeer bijzondere redenen zijn om de gelijkwaardigheid van de verantwoordelijkheid van de verschillende bewindspersonen ook in de voordracht tot uitdrukking te brengen. Zie in dit verband ook Ar 4.7.

Voor de voordracht is in de bijlage een modelbrief opgenomen (model Voordracht wetsvoorstel). In de brief kan de bijzondere aandacht van de Afdeling worden gevraagd voor een bepaald aspect van het voorstel. Indien het voornemen is een bijzondere vraag te stellen, en daarmee af te wijken van de standaardbrief, is het verstandig hierover ambtelijk contact op te nemen met een sectorhoofd van de Raad van State. De brief wordt met de volgende stukken verzonden naar het Kabinet van de Koning:

De directeur van het Kabinet van de Koning zendt – na daartoe machtiging te hebben verkregen – het wetsvoorstel, de memorie van toelichting en de eventuele overige commentaren en adviezen aan de Afdeling, vergezeld van het begeleidend memo voor de Afdeling advisering van de Raad van State. Een brief met het nummer waaronder het voorstel bij het Kabinet van de Koning is ingeboekt wordt aan de bewindspersoon gestuurd. Dit wordt de kabinetsmissive genoemd. In het nader rapport wordt verwezen naar het nummer van de kabinetsmissive.

In spoedeisende gevallen dient tijdig contact te worden opgenomen met het Kabinet van de Koning. Het Kabinet van de Koning dient dan ook de brief aan de vice-president van de Raad van State te ontvangen, zie hierover nr. 109 en het model Spoedadviesaanvraag aan de vice-president van de Raad van State in de bijlage.

De adviesaanvraag wordt ook via Kiwi ter kennis van de Afdeling gebracht, door middel van het daartoe bestemde elektronische formulier, waaraan ook de stukken kunnen worden toegevoegd. Het formulier vermeldt onder meer de contactgegevens van de ambtenaar, bij welke de ambtenaren van de Afdeling desgewenst nadere inlichtingen over het wetsvoorstel en de memorie van toelichting kunnen verkrijgen. De kennisgeving via Kiwi is aanvullend op de formele adviesaanvraag en kan dus niet hiervan in de plaats komen. Dankzij de koppeling tussen Kiwi en het systeem van de Raad van State wordt Kiwi automatisch bijgewerkt met de datum waarop het advies aanhangig werd, de datum waarop het advies werd uitgebracht, het dictum en het advies zelf.

Zoals in nr. 35 is opgemerkt, brengt de positie van de Afdeling mee dat de Afdeling pas advies uitbrengt nadat de overige door de regering gevraagde adviezen over het wetsvoorstel zijn uitgebracht. Ar 7.10 schrijft voor welke adviezen aan de Afdeling moeten worden gezonden. In hoeverre nog andere adviezen worden meegezonden, zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld. Zo zal in veel gevallen het resultaat van het eventueel gevoerde georganiseerde overleg met de centrales van overheidspersoneel (zie hiervoor nr. 33 e.v.) moeten worden meegezonden.

Indien een wetsvoorstel beoogt een ingrijpende wijziging aan te brengen in een bestaande wet, dan kan het gewenst zijn een vergelijkend overzicht op te stellen van de wetteksten, zoals deze vóór en na de wijziging luiden. Bij complexe wijzigingsvoorstellen is het verplicht om van de voorgestelde wijzigingen een vergelijkend overzicht van de te wijzigen bepalingen en de voorgestelde bepalingen aan de Afdeling toe te zenden (Ar 6.21). Dit overzicht kan apart of als bijlage bij de memorie van toelichting worden meegezonden.

Laatst gewijzigd op: 8-12-2021