Nr. 33 (Algemeen)

Op 1 januari 2020 is de http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0039393 (Wnra) in werking getreden. De rechtspositie van de meeste ambtenaren is vanaf dat moment niet langer publiekrechtelijk, maar privaatrechtelijk geregeld. Er zijn echter van de Wnra uitgezonderde groepen, die zijn opgenomen in artikel 3 van de Ambtenarenwet 2017. Deze uitgezonderde groepen behouden een publiekrechtelijke rechtspositie, zoals militaire ambtenaren en burgerlijke ambtenaren werkzaam bij het Ministerie van Defensie, politieambtenaren en rechterlijke ambtenaren.

Het voorheen publiekrechtelijk geregelde georganiseerde overleg bij de sector Rijk is een privaatrechtelijke aangelegenheid geworden dat zijn basis kent in de Wet op de CAO. Het overleg voor rijksambtenaren is verder geregeld in paragraaf 26.1, ‘Sectoroverleg Rijk (SOR)’, van de CAO Rijk (www.caorijk.nl).

Voor de van de Wnra uitgezonderde groepen bij Defensie en Politie is wettelijk bepaald dat bij of krachtens amvb voorschriften worden vastgesteld over de wijze, waarop met de daarvoor in aanmerking komende vakorganisaties van overheidspersoneel overleg wordt gepleegd over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van ambtenaren, alsmede de gevallen waarin overeenstemming in dat overleg dient te worden bereikt. Het betreft artikel 12, onderdeel p, van de Wet ambtenaren defensie en artikel 47, onderdeel m, van de Politiewet 2012. Voor rechterlijke ambtenaren is de overlegverplichting opgenomen in artikel 48 Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

De overlegverplichtingen zijn nader uitgewerkt in het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie (het overleg met de sectorcommissie Defensie), het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 en het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

De verplichting tot het overleg met de sectorcommissie is veelal gebaseerd op een inhoudelijk criterium, namelijk of een bepaald onderwerp van algemeen belang is voor de rechtstoestand van militaire ambtenaren en ambtenaren (artikel 3, eerste lid, van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie), van politieambtenaren (artikel 3, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994) of van rechterlijke ambtenaren (artikel 48 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren). Dit criterium brengt mee dat overleg gevoerd moet worden over duidelijk rechtspositionele zaken als bezoldiging, verlof en dergelijke. Voor het invoeren en wijzigen van regelingen met rechten of verplichtingen van individuele defensie-, politie- dan wel rechterlijke ambtenaren geldt dat overeenstemming moet worden bereikt met een meerderheid van de in de sectorcommissie vertegenwoordigde organisaties alvorens tot regelgeving kan worden overgegaan (artikel 3, derde lid, van het Besluit georganiseerd overleg sector Defensie, artikel 3, derde lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 en artikel 51, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

Laatst gewijzigd op: 6-12-2021