Wetgevingsbeleid Ministerie van JenV

Trefwoord(en):

wet

De ministeries moeten er zelf voor zorgen dat de kwaliteit van hun wet- en regelgeving in orde is. Aanvullend hierop is het Ministerie van JenV verantwoordelijk voor het algemeen wetgevings­beleid. Dit is gericht is op het verbeteren van de kwaliteit van wetgeving, waaronder begrepen een snel en zorgvuldig wetgevingsproces. Dit beleid omvat de volgende activiteiten, die hieronder nader worden toegelicht:

Beleidsontwikkeling

Het Ministerie van Justitie onderhoudt de Aanwijzingen voor de regelgeving (vastgesteld door de minister-president) en het Draaiboek voor de Regelgeving. Dit gebeurt in samenwerking met interdepartementale werkgroepen (Werkgroep Aanwijzingen en Werkgroep Draaiboek).
Aan beleid en wetgeving worden vele eisen gesteld. Het is dan ook zaak alle relevante eisen in beeld te krijgen en deze op de juiste manier af te wegen. Het Integraal Afwegingskader voorgenomen beleid en regelgeving (IAK) helpt daarbij. Het ontsluit de verplichte kwaliteitseisen voor beleid en regelgeving via ‘de zeven vragen van het IAK’. Ook biedt het nuttige informatie die helpt om deze vragen te beantwoorden.
Wanneer daartoe aanleiding bestaat, kan binnen het algemeen wetgevingsbeleid een specifiek (departementsoverstijgend) thema worden opgepakt. Dat thema vindt dan vaak weer zijn weerslag in de voor­noemde instrumenten. Een voorbeeld hiervan is de introductie van de Doen­vermogentoets (als onderdeel van de toets op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid) in het IAK. De aanleiding hiervoor was de kabinetsreactie op het rapport Weten is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid van de WRR (2017).

Kamerbrieven in het kader van het wetgevingsbeleid (selectie):

Terug naar boven

Toetsing van aankomende wetten en amvb’s

Vóór de behandeling in de onderraad/ministerraad moet een voorgenomen wet of amvb worden getoetst door het Ministerie van Justitie en Veiligheid (Ar 7.4). Bij de toetsing kunnen ook andere departementen betrokken zijn, bijvoorbeeld vanwege de gevolgen voor bedrijven (EZK) of in verband met de constitutionele aspecten (BZK). Van de uitkomst van de toetsing wordt op het ministerraadsformulier verantwoording afgelegd. Als een wetsvoorstel ingrijpende kritiek krijgt van de Raad van State of als het tijdens de behandeling in de Tweede Kamer ingrijpend wijzigt, moet het opnieuw worden getoetst. Meer informatie over de wetgevingstoets is te vinden in het Draaiboek voor de regelgeving.

Beoordeling nieuwe voorstellen Europese Commissie (BNC)
Binnen haar bevoegdheden kan de Europese Unie verordeningen en richtlijnen vaststellen. Een verordening geldt uit zichzelf en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten van de Europese Unie, waaronder dus Nederland. Richtlijnen moeten door de lidstaten eerst nog (tijdig) worden omgezet in nationale regelgeving. Via de zogenaamde BNC-procedure wordt de Tweede Kamer tijdig geïnformeerd over nieuwe voorstellen tot regelgeving van de Europese Commissie. Het Ministerie van Buitenlandse Zaken coördineert dit proces. Meer informatie over de BNC-procedure treft u aan in de Handleiding Wetgeving en Europa.

Wetgevingsadvisering door de Raad van State
Op basis van artikel 73 van de Grondwet brengt de Afdeling advisering van de Raad van State onafhankelijk advies uit aan de regering en het parlement over voorgenomen wetten en amvb’s. (Zie ook Hoofdstuk II van de Wet op de Raad van State). De adviesaanvraag volgt na de behandeling van het voorstel in de ministerraad. Aan het slot van het advies geeft de Afdeling advisering haar eindoordeel (dictum) over het voorstel. De desbetreffende minister geeft hierop een reactie in het nader rapport (aan de Koning). In geval van een ‘zwaar dictum’ bespreekt het kabinet het voorstel opnieuw in de ministerraad. Op de website van de Raad van State is onder Adviezen te zien welke adviesaanvragen in behandeling zijn en kunnen openbaar gemaakte adviezen worden geraadpleegd.

Terug naar boven

Kennis- en informatiemanagement

Het Ministerie van Justitie en Veiligheid laat onderzoek doen in het kader van het wetgevingsbeleid en ontwikkelt ook zelf kennis- en informatieproducten, vaak samen met anderen, zoals collega-ministeries. Een voorbeeld hiervan is de Schrijfwijzer Memorie van Toelichting.
Verder ontwikkelt en beheert het Ministerie van JenV een digitale infrastructuur voor het wetgevingsproces, met applicaties voor wetgevingsjuristen zoals Kiwi (wetgevingsvoortgang- en planning) en Implementatieverbanden (voortgangsbewaking implementatie van EU-besluiten) en met publieke websites zoals Internetconsultatie, de Wetgevingskalender, wetten.nl en Powersearch. Medeopdrachtgevers zijn het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het Ministerie van Buitenlandse Zaken.
De (deels besloten) website van het Kennis­centrum Wetgeving en Juridische Zaken ontsluit beleidsinstrumenten en kennis- en informatieproducten, biedt nieuws en een opleidings- en evenementenagenda.

Terug naar boven

Werving en opleiding

Onderdeel van het wetgevingsbeleid is het aantrekken en opleiden van nieuwe en zittende wetgevingsjuristen. De Academie voor Wetgeving en Academie voor Overheidsjuristen vervullen daarbij een centrale rol. Wetgevingsjuristen en overheidsjuristen maken jaarlijks afspraken met hun leidinggevenden over het op peil houden van de vakbekwaamheid. Het Puntenstelsel voor de blijvende vakbekwaamheid van wetgevings- en overheidsjuristen (PWO) ondersteunt bij het maken en evalueren van die afspraken.

Terug naar boven

Laatst gewijzigd op: 29-6-2021