Inhoudsopgave
- Wat is de invoeringstoets?
- Wanneer moet ik een invoeringstoets doen?
- Hoe pak ik een invoeringstoets aan?
- Wat levert de invoeringstoets op?
- Wie is verantwoordelijk voor de invoeringstoets?
- Hoeveel tijd en middelen kost het?
- Aanleiding invoeringstoets
- Stand van zaken invoeringstoets
- Voorbeelden van invoeringstoetsen
- Meer informatie
- Meedenken of vragen?
Wat is de invoeringstoets?
De invoeringstoets is een beknopt onderzoek naar de werking van nieuwe regelgeving in de praktijk. Het richt zich vooral op de gevolgen voor de doelgroep en de uitvoering. Het doel is om snel te ontdekken of er problemen zijn met de regelgeving, zodat tijdig bijsturing of aanpassing kan plaatsvinden.
Zie voor meer informatie over de invoeringstoets en de toepassing ervan de Rijksbrede handreiking invoeringstoets.
Wanneer moet ik een invoeringstoets doen?
De invoeringstoets wordt uitgevoerd na de invoering van nieuwe regelgeving, op het vroegst mogelijke moment waarop iets nuttigs gezegd kan worden over de werking van deze regelgeving in de praktijk. Uit opgedane ervaring blijkt dit vaak zo’n één à twee jaar na inwerkingtreding van een nieuwe regeling te zijn.
De invoeringstoets richt zich op (signalen over) knelpunten en onvoorziene effecten in de praktijk. In beginsel wordt met een invoeringstoets geen onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van een regeling. Daarmee onderscheidt het zich van de uitgebreidere en diepgaandere wetsevaluaties die pas op een later moment aan de orde zijn. Het doel is dus ook niet om het beleid te gaan evalueren en te wijzigen, maar om op zoek te gaan naar knelpunten die de uitwerking van het gekozen beleid in de weg staan.
Om te bepalen of voor bepaalde regelgeving een invoeringstoets nuttig kan zijn, kan aan de hand indicatoren een inschatting worden gemaakt. Zie voor deze indicatoren paragraaf 2.1. van de Rijksbrede handreiking invoeringstoets.
Hoe pak ik een invoeringstoets aan?
Als op basis van de indicatoren is besloten tot een invoeringstoets, kun je aan de slag met de invulling van de toets. Voor de invoeringstoets is een aantal centrale vragen ontwikkeld: twee hoofdvragen met elk drie ondersteunende hulpvragen. Het beantwoorden van deze vragen vormt de kern van je onderzoek.
1. Hoe pakt de regeling uit voor de mensen, organisaties of bedrijven voor wie de regeling is bedoeld?
- Hoe wordt de regeling ervaren door de doelgroep en andere belanghebbenden?
- Ontstaan er in de praktijk knelpunten of onbedoelde effecten? (bijvoorbeeld ICT-problemen of discriminerende aspecten)
- In hoeverre komt de praktijk overeen met de aannames uit de voorbereidingsfase van de regeling?
2. Hoe pakt de regeling uit voor de uitvoering?
- Hoe wordt de uitvoering van de regeling ervaren door de uitvoerende organisaties?
- Ontstaan er in de uitvoeringspraktijk knelpunten of onbedoelde effecten?
- In hoeverre komt de praktijk overeen met de aannames uit de uitvoeringstoets?
In paragraaf 2.3. van de Rijksbrede handreiking invoeringstoets lees je hoe je de informatie die nodig is voor de beantwoording van deze vragen ophaalt.
Wat levert de invoeringstoets op?
De invoeringstoets biedt vroegtijdig inzicht of zich bij de regelgeving praktische knelpunten en/of onbedoelde effecten voordoen. Op basis daarvan kunnen beleidsmedewerkers en uitvoeringsorganisaties eventueel tijdig bijsturen. Zonder de toets zouden deze knelpunten en effecten langer buiten beeld kunnen blijven.
Wie is verantwoordelijk voor de invoeringstoets?
In de praktijk zien we dat zowel departementen als uitvoeringsorganisaties het initiatief nemen om invoeringstoetsen te doen. Mocht je als beleidsmedewerker verantwoordelijk zijn voor het doen van een invoeringstoets, is het belangrijk om hierbij samen te werken met uitvoeringsorganisaties en andere betrokkenen. Mocht een uitvoeringsorganisatie aan de slag gaan met een invoeringstoets, is het belangrijk om als beleidsmedewerker betrokken te zijn bij het onderzoek.
Hoeveel tijd en middelen kost het?
De invoeringstoets betreft een beknopt onderzoek. Het verzamelen van de benodigde gegevens en de uitwerking van de toets zullen gemiddeld enkele maanden in beslag nemen. Hoeveel tijd het precies kost, hangt af van de complexiteit van de regeling en hoe je invulling geeft aan de invoeringstoets. Deze investering kan echter bijdragen knelpunten eerder te verhelpen en mogelijk later grotere ingrepen te voorkomen.
Aanleiding invoeringstoets
De invoeringstoets is ontwikkeld in reactie op het rapport Ongekend Onrecht. Hieruit bleek de noodzaak voor de overheid om actief op zoek te gaan naar signalen over fouten in het overheidsoptreden en problemen van regelgeving in de praktijk, zodat die kunnen worden opgepakt en opgelost. De invoeringstoets moet hier een bijdrage aan leveren.
Stand van zaken invoeringstoets
De invoeringstoets wordt steeds vaker gebruikt. Beleidsmedewerkers worden aangemoedigd om te bekijken wat de invoeringstoets voor hun beleidsdossier kan betekenen en ervaringen te delen. De ervaringen die worden opgedaan kunnen worden gedeeld in het netwerk invoeringstoets, waardoor bij volgende invoeringstoetsen op basis hiervan keuzes kunnen worden gemaakt voor de invulling van de toets. De komende periode gaat de aandacht uit naar het verder implementeren en beleggen van de invoeringstoets bij departementen en uitvoeringsorganisaties.
Voorbeelden van invoeringstoetsen
- Invoeringstoets vereenvoudiging Wajong
- Invoeringstoets betaald ouderschapsverlof
- Invoeringstoets aanscherpingen au-pairregeling
Meer informatie
- Lees de brief over de stand van zaken en de nieuwe handreiking (25 oktober 2024).
- Bekijk eerdere brieven van de Minister voor Rechtsbescherming (Brief van 21 april 2022 en Brief van 23 september 2022) voor meer achtergrond informatie.
- Luister naar de podcast De Publieke Ruimte over de invoeringstoets.
Meedenken of vragen?
Wil je op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, best practices en voorbeelden? Meld je aan voor het netwerk invoeringstoets via invoeringstoets@kcbr.nl.
Laatst gewijzigd op: 2-3-2026