Ontwerpers en gedragsdeskundigen: samen sterker voor mensgericht beleid

Wat gebeurt er als ontwerpers en gedragsdeskundigen samen naar een beleidsvraagstuk kijken? Tijdens een gezamenlijke sessie van BINNL en NoA onderzochten zij wat hun vakgebieden verbindt, waarin ze verschillen en vooral hoe ze elkaar kunnen versterken. Want hoewel ontwerpers en gedragsdeskundigen vanuit een andere expertise werken, hebben ze een belangrijk vertrekpunt gemeen: de mens.

Afbeelding

Twee vakgebieden, één mensgerichte opgave

BINNL is de community van gedragswetenschappers binnen de overheid. NoA is het netwerk van ontwerpers binnen de overheid. Tijdens de sessie gingen beide groepen met elkaar in gesprek en aan de slag. Al snel werd duidelijk dat beide vakgebieden soms met dezelfde vooroordelen te maken hebben. 

“Ga je een plaatje maken?”

Ontwerpers krijgen binnen de overheid soms de vraag: “Ga je een plaatje maken?” Daarmee wordt ontwerp al snel gezien als grafische vormgeving. Ook over gedragsdeskundigen bestaan beelden. Bijvoorbeeld dat zij aan het einde van een beleidsproces aanschuiven om nog een ‘gedragssausje’ over een plan te gieten. De deelnemers herkenden deze beelden, maar vonden ze te beperkt. Ontwerpers en gedragsdeskundigen doen veel meer.

Een ontwerper onderzoekt wat mensen nodig hebben, brengt verschillende perspectieven samen en maakt ideeën zichtbaar. Door oplossingen snel te maken en te testen, wordt duidelijk wat werkt en wat beter kan. Daarbij kijkt een ontwerper niet alleen naar de individuele gebruiker, maar ook naar de omgeving en het systeem waarin iemand zich bevindt.

Een gedragsdeskundige onderzoekt waarom mensen doen wat ze doen. Welke rol spelen bijvoorbeeld gewoonten, emoties, doenvermogen, verwachtingen en de omgeving? Als een probleem zich vaker voordoet, wil een gedragsdeskundige eerst begrijpen wat erachter zit en vervolgens aannames met onderzoek toetsen.

Beide vakgebieden kijken daarmee verder dan beleid op papier. Want mensen doen niet altijd wat we van hen verwachten. Meer informatie geven is niet automatisch de oplossing. Ook context, emoties, omstandigheden en doenvermogen spelen een rol.

De gedeelde les: kijk eerst naar de mens en het echte probleem, voordat je een oplossing bedenkt.

Niet pas aan het einde aan tafel

Juist daarom is het opvallend dat ontwerpers en gedragsdeskundigen nog vaak pas laat worden betrokken bij beleidsvraagstukken. Juridische en economische perspectieven krijgen in veel processen eerder een plek. Logisch, want wet- en regelgeving en financiële haalbaarheid zijn belangrijke voorwaarden. Maar ze zijn niet het hele verhaal. Kunnen mensen een regeling uitvoeren? Begrijpen zij wat er van hen wordt gevraagd? Sluit de oplossing aan bij hun situatie? En lossen we eigenlijk wel het juiste probleem op?

Een regeling kan juridisch en beleidsmatig goed in elkaar zitten en toch in de praktijk ondoenlijk zijn voor mensen. Het perspectief van ontwerp en gedrag helpt om dat eerder zichtbaar te maken. Daarom is het belangrijk om het perspectief van gedrag en ontwerp niet pas aan het einde toe te voegen.

Samen aan de voorkant

Dat gebeurt niet vanzelf. Het vraagt tijd, ruimte en vertrouwen om een vakgebied een stevigere plek in het beleidsproces te geven. Ook moeten ontwerpers en gedragsdeskundigen zelf die plek opeisen en laten zien wat hun expertise oplevert.

De deelnemers zien dan ook kansen om ontwerp en gedragswetenschap een meer strategische plek te geven. Niet alleen om een bestaand plan beter te maken, maar om vanaf het begin mee te denken over de kernvragen: wat is het probleem, voor wie is het een probleem en wat hebben mensen nodig?

Wat gebeurt er als je beide perspectieven samenbrengt?

In het tweede deel van de sessie gingen de deelnemers in gemengde groepen aan de slag met een casus over het niet-gebruik van inkomensondersteunende regelingen. Al snel werden de verschillen tussen de twee vakgebieden zichtbaar.

Ontwerpers werken vaak vanuit een creatief en iteratief proces: eerst breed verkennen, ideeën zichtbaar maken, keuzes maken en oplossingen testen. Gedragsdeskundigen werken vaker vanuit onderzoek: kennis verzamelen, aannames formuleren en toetsen welke factoren daadwerkelijk invloed hebben op gedrag.

Dat verschil was zelfs terug te zien op de werkvellen. De ontwerpers gingen al snel tekenen en werkten met de stappen van de Triple Diamond. De gedragsdeskundigen werkten wat rechtlijniger. Een grappig verschil, maar het laat goed zien dat beide vakgebieden vanuit een andere manier van denken naar hetzelfde vraagstuk kijken.

Daar ligt de kracht van de combinatie. Ontwerpers brengen andere perspectieven, creativiteit en manieren van onderzoeken mee. Gedragsdeskundigen brengen kennis over gedrag en onderzoek. Door die expertise samen te brengen, ontstaat een completer beeld van het vraagstuk en is er meer ruimte om het juiste probleem op te lossen.

‘“Heel nuttig. Samen kunnen we onze slagkracht in mensgericht werken vergroten.”
Quote deelnemer

Van naast elkaar naar samen

De sessie tussen BINNL en NoA liet zien dat ontwerpers en gedragsdeskundigen niet alleen naast elkaar kunnen werken, maar elkaar juist kunnen versterken. De verschillen tussen de vakgebieden zijn geen obstakel, maar een kracht. Ze zorgen voor andere vragen, andere inzichten en andere manieren om naar een probleem te kijken.

De belangrijkste boodschap is daarom helder: mensgericht beleid begint bij de mens. En dat vraagt om ontwerp- én gedragskennis aan de voorkant van het beleidsproces. Niet wachten tot het beleid bijna af is, maar samen beginnen bij de vraag: wat speelt er, voor wie en waarom?

Zo kunnen ontwerpers en gedragsdeskundigen ieder vanuit hun eigen expertise bijdragen aan dezelfde opgave: beleid dat niet alleen klopt op papier, maar werkt.

Laatst gewijzigd op: 9-9-2026