Nr. 34a (Notificatie)

In bepaalde gevallen moet de Europese Commissie in kennis worden gesteld van autonome nationale ontwerp-regelgeving. Dit om haar - en in bepaalde gevallen de lidstaten - de gelegenheid te geven de nationale regeling te toetsen op verenigbaarheid met het EU-recht. Een voorbeeld van zo’n notificatieverplichting geeft Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij, de zogenoemde notificatierichtlijn. Ook andere Europese besluiten kunnen echter notificatieverplichtingen bevatten, zoals bijvoorbeeld de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, PbEU L376).

Ook de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kent notificatieverplichtingen, bijvoorbeeld op grond van de op 15 april 1994 te Marrakech gesloten Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235). Belangrijk is ook artikel 108, derde en vierde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, inzake steunmaatregelen van de lidstaten, die ingevolge dit artikel moeten worden aangemeld bij de Commissie tenzij daarvoor een vrijstelling geldt. Het achterwege laten van deze notificatie kan de rechtsgeldigheid van de regeling aantasten.

Bij de voorbereiding van een voorstel van wet beziet het eerstverantwoordelijke ministerie steeds of communautaire of andere internationale verplichtingen tot notificatie noodzaken (Ar 7.7 en 7.8). De notificatie vindt plaats op een zodanig tijdstip dat enerzijds de besluitvorming zoveel mogelijk is afgerond en anderzijds nog gelegenheid bestaat om de regeling aan te passen. Voor wetsvoorstellen wordt het moment van accordering door de ministerraad aangehouden. In voorkomende gevallen moeten ook ontwerp-nota's van wijziging worden genotificeerd. Hetzelfde geldt voor door de Tweede Kamer aanvaarde amendementen. In sommige gevallen is het mogelijk om via één notificatiebericht aan meerdere notificatieverplichtingen te voldoen.

Bij de planning van wetgeving moet terdege rekening worden gehouden met notificatieprocedures, met name indien sprake is van zogenoemde standstill-periodes na notificatie. Zie over de procedures inzake notificatie nader onderdeel 3.5 van de Handleiding wetgeving en Europa. Algemene informatie over notificatieprocedures kan worden verkregen bij de op ieder ministerie aangewezen notificatiecoördinator (zie www.kcbr.nl). Vraagstukken omtrent notificatie met een departementsoverschrijdend karakter, kunnen aan de orde worden gesteld in de Interdepartementale Commissie Europees Recht - Notificatie (ICER-N). Deze werkgroep heeft ook een Handleiding notificatie onder de Dienstenrichtlijn opgesteld.

Algemene informatie over de melding van steunmaatregelen kan worden verkregen bij het Interdepartementaal Steun Overleg (ISO), waarvan het secretariaat berust bij het Ministerie van Economische Zaken.

Voor de handelwijze van de Raad van State bij advisering over genotificeerde wetsvoorstellen zie nr. 35.

Laatst gewijzigd op: 22-7-2024