Voucher

Inhoudsopgave

Algemeen

Beschrijving instrument
Een voucher is een subsidie in de vorm van een tegoedbon die onder bepaalde voorwaarden kan worden ingeleverd in ruil voor een dienst.

Vouchers zijn een zinvol hulpmiddel indien de overheid kiest voor vraagsturing (als reguleringsvorm). Door bij te houden waaraan de vouchers worden besteed, wordt duidelijk wat nu de behoeften van mensen zijn.

Er kleven echter ook nadelen aan het gebruik van vouchers, omdat dit instrument hoge uitvoeringskosten en lasten met zich mee kan brengen. Ook is na verstrekking van de vouchers de invloed van de overheid op het gebruik van vouchers zeer gering.

Kwalificatie instrument
Een voucher heeft als instrument in veel opzichten overeenkomsten met het subsidie-instrument. Vouchers zijn te zien als een vorm van vraagsturing en ze zijn daarmee relatief ‘marktconform’: ze verstoren de markt in beginsel zo weinig mogelijk, maar kunnen helpen een informatieachterstand bij de consument weg te nemen. Een voucher hoeft geen betrekking te hebben op een geldbedrag. Vouchers zijn als volgt te typeren:

  • Vouchers zijn over het algemeen formele instrumenten omdat er bijna altijd wet- en regelgeving aan ten grondslag ligt.
  • Het is een indirect beleidsinstrument omdat de overheid zelf niets doet. • Net als subsidies zijn vouchers te zien als een vorm van economische regulering.
  • Vouchers zijn indirecte instrumenten omdat de overheid hiermee andere partijen aanzet tot gedragsverandering.
  • Meestal worden vouchers toegepast bij de implementatie van beleid. Het zijn dan dus vooral effectors.
  • Vouchers werken ook als detectors omdat door bij te houden waaraan de vouchers worden besteedt, duidelijk wordt wat nu de behoeftes van de gebruikers zijn.
  • Vouchers werken stimulerend, niet repressief.
  • Vouchers hebben een specifieke werking, niet generiek.
  • Vouchers kunnen ingezet worden op basis van eenzijdigheid (de overheid ‘geeft’ het recht op iets zonder als voorwaarden tegenprestaties te eisen) of op basis van wederkerigheid (waarbij dit wel het geval is). Vouchers zijn verder net als subsidies meer te zien als horizontaal beleidsinstrument dan als verticaal instrument.

Terug naar boven

Kenmerken op een rij

Typering probleem
Binnen de overheid werkt het prijsmechanisme niet of slechts gedeeltelijk en op de markt wel (krijg- versus verdien-economie). Het optimale voorzieningen- en kwaliteitsniveau kan niet goed worden ingeschat, omdat er geen link is met de voorkeuren van burgers. De overheid kent de behoeften van afnemers niet omdat er geen markt is waarop informatie over vraag en aanbod bij elkaar komen. Er komt dus een kunstmatige prijs tot stand, en geen prijs die communiceert waar vraag en aanbod in evenwicht zijn. Daardoor ontbreekt de prijs als schaarste-indicator. Door vouchers in te zetten kan getracht worden op een kunstmatige wijze informatie over behoeften van consumenten bij de aanbieder te krijgen: vraagsturing.

Wie stelt de regels op? Met wie worden de regels opgesteld?
Overheid stelt de regels op. De regels kunnen worden opgesteld in samenwerking met belangenverengingen en maatschappelijke organisaties.

Dwingendheid (mate van beperking gedragsvrijheid)
Het instrument heeft geen dwingend karakter; de te sturen actor heeft namelijk de keuze om wel of niet op de prikkel te reageren. Indien de aanbieder onvoldoende reageert op vraagsturing, zal hij marktaandeel verliezen.

Hardheid (juridische binding)
Tegenover een voucher staat soms een prestatieverplichting.

Handhaafbaarheid (toezicht, controle en bestraffing)
Handhaving kan worden uitgevoerd door overheid of semioverheid of worden uitbesteed aan een derde partij.

Reikwijdte (gerichtheid)
Specifieke in de subsidieregeling beschreven doelgroepen.

Wetgevend kader
Geen

Terug naar boven

Evaluatie

Voordelen

  • Geen open einde regeling.
  • Men krijgt meer inzicht in de behoefte van mensen door het gebruik van de voucher te bekijken (vraagsturing).

Nadelen

  • Uitvoeringskosten zijn, afhankelijk van het soort voucher, meestal hoog.
  • Hoge uitvoeringslasten door controle van de voucheraanvragen.
  • Na verstrekking geen directe invloed meer op het gebruik van de voucher.

Slaagfactoren
Vouchers kunnen indirect andere beleidsdoelen realiseren, zoals werkgelegenheid (bij vouchers voor omscholing), breder bereik van de culturele sector (bij vouchers voor personen met een laag inkomen om naar culturele voorstellingen te gaan).

Faalfactoren

  • Vouchers kunnen zorgen voor een te grote afhankelijkheid van de overheid.
  • Vouchers kunnen misbruik van publieke middelen veroorzaken, doordat de beschikbaar gestelde dienst oneigenlijk wordt gebruikt. Dit kan bijvoorbeeld als de voucher kan worden doorverkocht.

Valkuilen en tips

  • Regels voor verstrekking moeten duidelijk zijn en worden nageleefd.
  • Gebruik van de voucher moet worden gecontroleerd.
  • Effect van de voucher moet worden gemeten.
  • De waarde van de voucher moet hoog genoeg zijn om het gedrag van de doelgroep werkelijk te beïnvloeden. De hoogte hangt af van de kenmerken van de doelgroep (zoals koopkracht en eigen middelen).
  • Voor een grote doelgroep zijn vouchers met een complexe aanvraag en een lange uitbetaaltijd minder geschikt.
  • Vouchers kunnen ook achteraf worden gegeven, bijvoorbeeld als beloning voor het getoonde gewenste gedrag.

Terug naar boven

Laatst gewijzigd op: 1-10-2021