Factsheet experimenteren

Trefwoord(en):

Beschrijving experiment

Een experiment/experimenteerbepaling heeft een aantal wezenskenmerken:

  • de verwachting bestaat dat een bepaalde regeling effectief zal zijn, maar de overtuiging daarvan ontbreekt;
  • door te experimenteren wordt de effectiviteit inzichtelijk gemaakt.
  • experimenten zijn per definitie tijdelijk van aard. Na een experiment vindt een evaluatie plaats.

Zolang ze passen binnen bestaande wet- en regelgeving zijn experimenten vanzelfsprekend mogelijk. Sommige wetten bevatten expliciete experimenteerbepalingen (zie bijvoorbeeld artikel 130 van de Werkloosheidswet, artikel 82a van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en artikel 83 van de Participatiewet). Ook bevatten wetten soms mogelijkheden tot experimenteren maar worden die mogelijkheden anders genoemd. In feite is artikel 17 van de Arbeidsomstandighedenwet (het maatwerkartikel) ook een vorm van experimenteren.

Ook andere juridische instrumenten geven soms mogelijkheden tot experimenteren. Het kan gaan om vrijstellings- en ontheffingsmogelijkheden, een vergunningenstelsel of goedkeuringsvereisten. Ook een subsidieregeling kan in de vorm van een experiment of een experimentele regeling worden vormgegeven.

Ten slotte bestaan er ook specifieke wetten die experimenten mogelijk maken (zie bijvoorbeeld de Experimentenwet onderwijs en de Experimentenwet kiezen op afstand (vervallen per 1/1/2010)) Bij het in de wet- en regelgeving opnemen van experimenteerbepalingen worden de Ar 2.41 en 2.42 in acht genomen.

Kwalificatie instrument

Indien gekozen wordt voor het opnemen van experimenteerbepalingen in een wet, dan is dat een formeel beleidsinstrument, voorzien van een wettelijke basis ondersteund door een algemene maatregel van bestuur (amvb) of een ministeriële
regeling.

Een experimentwet is een voorbeeld van verticale sturing. Overigens wordt deze daarbij meestal ingezet om maatschappelijke actoren meer handelingsvrijheid te geven binnen bepaalde wettelijke kaders. De overheid stelt zich echter wel boven de partijen in de zin dat zij dit instrument van bovenaf inzet. Een experimentwet heeft repressieve aspecten omdat er ge- en verboden in worden vastgelegd. Het instrument is niettemin vooral bedoeld om te stimuleren dat betrokkenen binnen zekere kaders nieuwe wegen gaan bewandelen.

Net als bij andere wetten is de werking generiek. In beginsel is er sprake van eenzijdigheid en niet van wederkerigheid in de relatie tussen de overheid en de betrokken actoren. Een experimentwet is deels een effector om beoogd beleid te kunnen implementeren, maar de toepassing van een experimentwet is ook bedoeld om beter zicht te krijgen op de effectiviteit van het beleidsinstrumentarium en mogelijke verbeteringen daarin. In die zin kan een experimentwet ook een detector zijn.

Juridische definitie

Experimentele rechtsnormen

Typering probleem

Het is moeilijk om meteen de juiste wet op te stellen; daarom kan het nuttig zijn om door middel van pilots/experimenten (verschillende) voorlopige wetgeving uit te proberen.

Wie stelt de regels op? Met wie worden de regels opgesteld?

Afhankelijk van het soort experiment: regering en Staten Generaal (formele wetten), regering alleen (amvb), minister (ministeriële regeling), lagere overheden (provinciale en gemeentelijke verordeningen, verordeningen van waterschappen en andere doelcoöperaties).

Dwingendheid (mate van beperking gedragsvrijheid)

Regelingen in het kader van experimentruimte hebben een wettelijke grondslag. Verplichtende normen zijn rechtens afdwingbaar.

Hardheid (juridische binding)

Verplichtende normen zijn rechtens afdwingbaar.

Handhaafbaarheid (toezicht, controle en bestraffing)

Toezicht en controle geschiedt meestal door de groep (minister, commissie, taskforce, projectgroep) die werkt aan de voorbereiding van de wet en door de instanties waarbij de uitvoering ligt (in het geval van het pgb bijvoorbeeld bij de gemeentes). Handhaving van verplichtende normen geschiedt door juridische sancties.

Reikwijdte (gerichtheid)

Degenen tot wie de regeling zich richt.

Wetgevend kader

Bestaande wet- en regelgeving en de Ar 2.41 en 2.42.

Wat is er bekend over de (kosten)effectiviteit?

Effectiviteit van de uiteindelijke in te voeren wet zal toenemen indien deze eerst met een experimentwet is uitgeprobeerd en geëvalueerd.

Voordelen

  • Het invoeren van nieuwe wetten is een langdurig traject. Door experimenten wordt dit traject effectiever gebruikt.
  • Burgers en bedrijven willen een vereenvoudiging van wet- en regelgeving.
  • door experimenteerruimte te creëren, kunnen overbodige regels vermeden worden.

Nadelen

De extra kosten en eventueel doorlooptijd die is verbonden aan de experimentwet.

Slaagfactoren

  • Indien het experiment kennis oplevert over de nieuwe wet en aan het licht brengt dat (belangrijke) zaken moeten worden aangepast, dan kan gesteld worden dat het zinvol is geweest experimentruimte te gebruiken.
  • Indien de overheid bereid is zich lerend op te stellen en het politiek gezien mogelijk is om de leerpunten uit het experiment te gebruiken om de vervolgwetgeving te verbeteren.

Faalfactoren

  • Indien de keuzes die worden gemaakt in de pilots bepaalde groepen buiten sluiten.
  • Indien de pilots te beperkt zijn, terwijl veel meer partijen willen participeren.
  • Indien blijkt dat de pilots te kort lopen om een goede evaluatie te doen.

Valkuilen en tips

  • Te weinig draagvlak en te weinig aandacht voor externe/moeilijk te beïnvloeden factoren zijn valkuilen.
  • Een tip is om van tevoren een evaluatie in te bouwen. Zodat op voorhand duidelijk is dat er mogelijk veranderingen in de wetgeving wordt doorgevoerd.
  • Lang niet alle wetten lenen zich voor voorafgaande experimenten.

Laatst gewijzigd op: 3-3-2021