Bestuurlijk overleg

Inhoudsopgave

Algemeen

Beschrijving instrument
Bestuurlijk overleg vindt plaats tussen de eindverantwoordelijke bestuurders van organisaties. Doordat het overleg bijdraagt aan de gezamenlijke informatieuitwisseling en gebaseerd is op een wens tot consensus en draagvlak, kan het leiden tot concrete afspraken. Verder bevordert bestuurlijk overleg transparantie, vertrouwen en goede bestuurlijke verhoudingen en voorkomt het conflicten.

Grosso modo worden bij bestuurlijk overleg drie vormen onderscheiden:

  1. overleg tussen rijksoverheid en lagere overheden;
  2. overleg tussen rijksoverheid en zelfstandige bestuursorganen;
  3. overleg tussen rijksoverheid en maatschappelijke organisaties.

Kwalificatie instrument
Bestuurlijk overleg is in essentie een informeel beleidsinstrument, hoewel het overleg tussen overheden onderling in enige mate gebonden kan zijn aan wetgeving. Hetzelfde kan gelden voor verplicht overleg tussen minister en bestuur van een zelfstandig bestuursorgaan (zbo). De essentie is dat de rijksoverheid lagere overheden of andere (maatschappelijke) actoren nodig heeft om tot een bepaald gewenst resultaat te komen. Anders gezegd: de gesprekspartners beschikken over invloed, middelen en instrumenten die voor de rijksoverheid van betekenis zijn. Het is daarom te zien als een vorm van sociale regulering. De overheid pakt niet zelf een taak op, maar zet dit indirecte beleidsinstrument in om te komen tot co-productie van beleid. In een bestuurlijk overleg kunnen zowel stimulerende als repressieve afspraken worden gemaakt. Het bestuurlijk overleg gaat daarbij meestal uit van min of meer gelijkwaardige verhoudingen, al kan het daarnaast goed zijn dat er via formele verdeling van bevoegdheden een zekere hiërarchie aanwezig is. Het bestuurlijk overleg is specifiek van karakter: er is een duidelijk afgebakende doelgroep van partijen die worden uitgenodigd voor het overleg.

Juridische definitie
Overleg kan resulteren in bestuurlijke afspraken of bijvoorbeeld een convenant.

Terug naar boven

Kenmerken op een rij

Typering probleem
Overleg wordt gevoerd om gezamenlijk informatie uit te wisselen en zo mogelijk tot concrete afspraken te komen (wens tot consensus en draagvlak).

Wie stelt de regels op? Met wie worden de regels opgesteld?
De overlegregels worden opgesteld door de deelnemende partijen. Deze regels zijn afhankelijk van de deelnemende partijen

Dwingendheid (mate van beperking gedragsvrijheid)
De mate van dwingendheid kan verschillen per overleg. Sommige vormen van overleg zijn volstrekt informeel van aard, andere overlegvormen worden gekenmerkt door enige traditie en weer andere overleggen vinden hun basis in wetgeving.

Hardheid (juridische binding)
Afspraken en toezeggingen gemaakt tijdens een bestuurlijk overleg hebben het karakter van werkafspraken: het zijn geen juridische afspraken die conform een formele overeenkomst afdwingbaar zijn bij de rechter.

Handhaafbaarheid (toezicht, controle en bestraffing)
Bestuurlijk overleg dat qua vorm is vastgelegd in een wet, dient nageleefd te worden. In de praktijk is het nakomen van een verplichting tot bestuurlijk overleg en het nakomen van bestuurlijke afspraken echter vooral een zaak van goede interbestuurlijke verhoudingen.

Reikwijdte (gerichtheid)
Gericht op deelnemende partijen, maar via die partijen veel breder (werknemers, werkgevers, cliënten, burgers).

Wetgevend kader
De inzet van bestuurlijk overleg is bij uitstek informeel, maar in sommige gevallen is sprake van een verplicht overleg tussen een minister en derden, op basis van een wettelijke grondslag. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Het verplichte overleg tussen minister (die het aangaat) en provincies of gemeenten indien beleidsvoornemens van het rijk en de financiële gevolgen daarvan leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten (artikel 2 lid 3 Financiële verhoudingswet) .
  • Het rijk biedt het provincie- of gemeentebestuur desgevraagd de gelegenheid tot overleg met betrekking tot aangelegenheden die betrekking hebben op provincies of gemeenten (artikel 111 Provinciewet respectievelijk 113 Gemeentewet).

Terug naar boven

Evaluatie

Wat is er bekend over de (kosten)effectiviteit?
De Raad van State concludeert in zijn eerste periodieke beschouwing over interbestuurlijke verhoudingen van november 2006: “Spelregels voor interbestuurlijke verhoudingen” dat de omgangregels tussen het rijk en provincies en gemeenten, zoals neergelegd in de Code interbestuurlijke verhoudingen van februari 2005, op het eerste gezicht vanzelfsprekend lijken, maar in de praktijk moeilijk na te leven blijken. De Raad beveelt aan de positie van de minister van BZK op het gebied van interbestuurlijke verhoudingen binnen het kabinet sterker te profileren, teneinde de naleving van de omgangsregels te stimuleren en te coördineren.

Voordelen

  • Verminderen van informatie-assymetrie tussen partijen, vergroten van transparantie.
  • Investeren in goede bestuurlijke verhoudingen (conflictpreventie).
  • Vergroten van (maatschappelijk) draagvlak, netwerk met de samenleving.

Nadelen

  • Bestuurlijk overleg kan leiden tot ‘bestuurlijke drukte’, inefficiënte overlegcircuits; risico van beperkte opbrengst.
  • Langdradig en ongestructureerd overleg zorgt voor onduidelijkheid en vertraging van het beleidsproces.
  • Gezichtsverlies bij het ontbreken van een overlegresultaat

Slaagfactoren

  • Persoonlijke chemie tussen deelnemers
  • Informele voorbereiding, aftasten
  • Win-win situaties / package deals zijn mogelijk
  • Verwachtingenmanagement

Faalfactoren

  • Persoonlijke chemie tussen deelnemers
  • Voorkom bureaucratisering van het bestuurlijk overleg, met lange, geformaliseerde voorbereidingen
  • Moeilijk om gemaakte afspraken af te dwingen
  • Exit-optie
  • Bestuurlijke impasses

Terug naar boven

Laatst gewijzigd op: 8-10-2021